Aantoonbare resultaten, gemeten in de praktijk

Technische prestaties van ProSoil

Een spoorfundatie moet aantoonbaar voldoen aan eisen voor draagkracht, stijfheid, verdichting en waterdoorlatendheid. Daarom wordt bij toepassing van ProSoil vooraf onderzocht hoe de aanwezige bodem reageert op het bindmiddel. Na uitvoering worden de eigenschappen van de gestabiliseerde fundatie opnieuw gemeten en getoetst.

De resultaten uit verschillende spoorprojecten laten zien hoe de draagkracht zich ontwikkelt en welke prestaties met ProSoil in de praktijk worden bereikt.

ProSoil wordt al ruim 10 jaar met veel succes ingezet in het Nederlandse spooronderhoud

Een spoorfundatie moet aantoonbaar presteren. Daarom worden ProSoil-oplossingen vooraf in het laboratorium onderzocht en tijdens of na uitvoering gecontroleerd met onder meer CBR-proeven, LWD-metingen, verdichtingsmetingen en waterdoorlatendheidsproeven.

Wilt u weten of ProSoil technisch en praktisch past binnen uw project? Bespreek uw situatie met een specialist en krijg gericht advies op basis van bodem, uitvoering en projecteisen.

Technische prestatieMinimumeisAantoonbaar resultaat ProSoil
Evd – dynamische stijfheid≥ 35 MN/m²Tot 156 MN/m²
EV2 – statische stijfheid≥ 50 MN/m²93 – 370 MN/m² na 65 dagen belasting
Verdichtingsgraad≥ 98%gemiddeld 100 – 102%
CBR na 28 dagen≥ 20%tot 83%
Waterdoorlatendheid≥ 10⁻⁵ m/sVoldoet op alle meetpunten in de nacontrole

De exacte prestatie is projectspecifiek en afhankelijk van bodemopbouw, vochtgehalte, bindmiddel en dosering.

Evd: dynamische stijfheid

De Evd-waarde geeft inzicht in de dynamische stijfheid van de gestabiliseerde fundatie. Na uitvoering ontwikkelt deze stijfheid zich verder in de tijd. Daarom worden nacontroles uitgevoerd om de uiteindelijke draagkracht van de fundatie te toetsen.

Minimale eis: ≥ 35 MN/m²

Gemeten resultaten:

  • Sauwerd/Baflo: tot 156 MN/m² na circa 65 dagen
  • Lutterade/Geleen: bij de eerste twee fasen lagen de controlemetingen tussen 35,4 en 106,6 MN/m²; alle 20 meetpunten voldeden aan de eis
  • Middelburg: ook bij de nacontroles voldeden de gemeten waarden na uitharding aan de gestelde Evd-eis
  • Franeker: latere metingen lieten op vrijwel alle onderzochte locaties een toename van de draagkracht zien

EV2: statische stijfheid

De EV2-waarde geeft inzicht in de statische stijfheid en vervormingsweerstand van de fundatie onder belasting. Hiermee wordt aanvullend op de Evd-meting beoordeeld hoe de gestabiliseerde laag belastingen kan opnemen en verdelen.

Minimale eis: ≥ 50 MN/m²

Gemeten resultaten:

Sauwerd/Baflo: 93–370 MN/m² na circa 65 dagen belasting

CBR: draagkrachtontwikkeling in het laboratorium

De CBR-proef wordt tijdens het vooronderzoek gebruikt om vast te stellen hoe sterk de aanwezige bodem reageert op toevoeging van ProSoil. De resultaten helpen bij het bepalen van het juiste bindmiddel en de benodigde dosering.

Minimale eis na 28 dagen: ≥ 20%

Gemeten resultaten:

Sauwerd/Baflo: tot 83% CBR na 28 dagen
Markelo: onbehandelde bodem circa 1,1% CBR, na behandeling waarden tot 71,15% na 7 dagen

Verdichtingsgraad

Een voldoende en gelijkmatige verdichting is nodig om van de verbeterde bodem een stabiele en homogene fundatielaag te maken. Daarom wordt de verdichtingsgraad tijdens of na uitvoering gecontroleerd.

Minimale eis: ≥ 98%

Gemeten resultaten:

  • Sauwerd/Baflo: gemiddeld circa 102%
  • Lutterade/Geleen: gemiddeld circa 100%
  • Lutterade/Geleen fase 2: 11 van 11 meetpunten voldeden aan de minimale eis. Fase 3: 10 van 10 meetpunten voldeden aan de minimale eis

Waterdoorlatendheid

De waterdoorlatendheid geeft inzicht in hoe water zich door de gestabiliseerde fundatielaag kan verplaatsen. Ook deze eigenschap wordt waar vereist na uitvoering gecontroleerd.

Eis: ≥ 10⁻⁵ m/s

Gemeten resultaten:

Bij de uitgevoerde nacontroles voldeden alle onderzochte meetpunten aan de gestelde eis
Onder meer bij Lutterade/Geleen en Sauwerd/Baflo is de waterdoorlatendheid expliciet in de nacontrole meegenomen

Spreek een ProSoil specialist

Wilt u snel inzicht in wat ProSoil voor uw project kan opleveren? Bespreek uw situatie met een specialist en krijg een eerste inschatting van de technische haalbaarheid en kansen in de uitvoering.

Verschillen in uitvoering

ProSoil versus traditionele stabilisatie met ontgraven

AspectProSoilOntgraven en vervangen
Bestaande grondAanwezige bodem blijft liggen en wordt ter plaatse verbeterdBestaande bodem wordt uitgegraven en afgevoerd
Nieuw funderingsmateriaalAlleen het benodigde bindmiddel wordt aangevoerdVervangend funderingsmateriaal moet worden aangevoerd
GrondbalansGesloten grondbalans mogelijk: bestaande bodem blijft onderdeel van de fundatieOpen grondbalans: bestaande bodem eruit, nieuw materiaal erin
TransportbewegingenTot circa 150–175 vrachtwagenritten minder per kilometer spoorTransport nodig voor zowel afvoer van grond als aanvoer van nieuw materiaal
Hinder voor de omgevingMinder verkeersgeluid, minder zwaar verkeer door de omgeving en minder tijdelijke verkeersmaatregelenMeer vrachtverkeer kan leiden tot extra verkeersgeluid, verkeershinder en tijdelijke wegafzettingen
UitvoeringsprocesInmengen, profileren en verdichtenOntgraven, laden, afvoeren, aanvoeren, lossen, verwerken, profileren en verdichten
MateriaalgebruikBestaande bodem wordt opgewaardeerd tot bruikbare fundatieBestaande bodem wordt verwijderd en vervangen door nieuw gewonnen materiaal
CirculariteitBestaande bodem blijft op locatie en krijgt een nieuwe technische functieBestaande bodem verlaat het werk en nieuw materiaal is nodig om deze te vervangen
Ruimte tijdens uitvoeringMinder ruimte nodig voor gronddepots, opslag en transportbewegingenMeer ruimte nodig voor afvoer, opslag en aanvoer van materiaal
CO₂-uitstootMinder grondtransport en minder nieuw materiaal beperken belangrijke uitstootbronnenExtra grondtransport en nieuw funderingsmateriaal zorgen voor extra uitstoot

Een goede keuze begint met de juiste technische beoordeling. Plan een gesprek met een specialist en krijg inzicht in de haalbaarheid, aandachtspunten en mogelijke voordelen voor uw project.

Tot 150–175 vrachtwagenritten minder per kilometer spoor

Bij ontgraven en vervangen ontstaan twee grote materiaalstromen: bestaande grond moet worden afgevoerd en nieuw funderingsmateriaal moet worden aangevoerd.

Met ProSoil blijft de bestaande bodem grotendeels op zijn plaats. Op basis van de bestaande projectberekeningen kan dit oplopen tot circa 150–175 minder vrachtwagenritten per kilometer spoor.

Dat betekent:

  • minder zwaar verkeer over lokale wegen;
  • minder verkeersgeluid voor omwonenden;
  • minder laad-, los- en manoeuvreerbewegingen rond het werkvak;
  • minder tijdelijke verkeersmaatregelen en wegafzettingen;
  • minder verkeers- en veiligheidsrisico’s door zwaar bouwverkeer.

Zo beperkt ProSoil de logistiek binnen het project en de hinder voor de directe omgeving.

Duizenden kubieke meters bodem op locatie behouden

Het verschil in materiaalgebruik wordt duidelijk wanneer naar een concreet project wordt gekeken.

Bij Franeker en Leeuwarden werd circa 8.100 m² ondergrond over een laagdikte van ongeveer 40 cm gestabiliseerd. Dat staat gelijk aan circa 3.240 m³ bestaande bodem die ter plaatse kon worden verbeterd en opnieuw gebruikt.

Bij traditioneel vervangen zou voor een vergelijkbaar volume zowel afvoer van bestaande grond als aanvoer van vervangend funderingsmateriaal nodig zijn.

Met ProSoil wordt die bestaande bodem juist onderdeel van de nieuwe constructie.

ProSoil wordt aangebracht er stabilisatie van het spoor om horizontale verzakkingen te voorkomen.

Circulair: van grond naar funderingsmateriaal

Met ProSoil wordt aanwezige grond technisch opgewaardeerd zodat deze opnieuw als funderingslaag kan functioneren.

  • De keten wordt daarmee met inzet van ProSoil: bestaande bodem → verbeteren → opnieuw gebruiken
  • Bij ontgraven en vervangen ontstaat: bestaande bodem → ontgraven → afvoeren → nieuw materiaal winnen → transporteren → verwerken

Minder stappen binnen de buitendienststelling

Ook het uitvoeringsproces wordt korter.

  • Bij volledig ontgraven en vervangen zijn meerdere opeenvolgende stappen nodig:
    ontgraven → laden → afvoeren → nieuw materiaal aanvoeren → lossen → verwerken → profileren → verdichten
  • Bij ProSoil wordt de bestaande bodem op locatie behandeld:
    inmengen → profileren → verdichten

Hierdoor vervallen grootschalige afvoer en vervangende aanvoer. Dat vermindert het aantal logistieke handelingen binnen de beschikbare buitendienststelling.

Beperkte de CO₂-uitstoot vergeleken met traditionele methodes

Ook bij CO₂-uitstoot zit het verschil vooral in het proces. Bij ontgraven en vervangen ontstaat uitstoot door onder andere:

  • ontgraven en laden;
  • transport van afgegraven grond;
  • winning en verwerking van nieuw funderingsmateriaal;
  • transport van dat materiaal naar het werk;
  • verwerking binnen het werkvak.

Met ProSoil worden een aantal van deze stappen beperkt of volledig voorkomen doordat de bestaande bodem ter plaatse wordt gebruikt.

De exacte CO₂-reductie verschilt per project en hangt onder meer af van grondvolume, transportafstand en de benodigde hoeveelheid bindmiddel.

Ieder spoorproject vraagt om maatwerk

De gemeten resultaten verschillen per project. Dat is logisch: geen bodem is hetzelfde. Daarom begint een toepassing van ProSoil met vooronderzoek. Op basis daarvan wordt bepaald welke samenstelling nodig is.

Meer weten?

Neem gerust vrijblijvend contact op voor meer informatie over de inzetbaarheid van ProSoil voor uw spoorproject.