Hoe verlaag je de MKI-score van een spoorproject?
De MKI-score van een spoorproject wordt niet alleen bepaald door het materiaal dat uiteindelijk onder het spoor ligt. Ook productie, grondverzet, transport en de uitvoering hebben invloed op de totale milieuprestatie.
Bij werkzaamheden aan de spoorfundatie ontstaat daarom een belangrijke ontwerpvraag:
Moet de bestaande bodem worden afgegraven en vervangen, of kan deze worden verbeterd en opnieuw worden gebruikt?
Juist die keuze kan grote invloed hebben op de MKI van de funderingsconstructie.
Wat is de MKI van een spoorproject?
MKI staat voor Milieukostenindicator. De MKI vertaalt verschillende milieueffecten uit een levenscyclusanalyse naar één waarde in euro’s.
Het gaat daarbij om meer dan alleen CO₂-uitstoot. Binnen de gekozen scope kunnen onder meer de volgende onderdelen bijdragen aan de milieubelasting:
- winning van grondstoffen;
- productie van materialen;
- transport;
- energiegebruik;
- materieelinzet;
- verwerking;
- onderhoud en vervaging.
Een lagere MKI betekent dat de berekende milieubelasting van een ontwerp- of uitvoeringsvariant lager is.
MKI verlagen is niet hetzelfde als alleen CO₂ verlagen
CO₂ is één onderdeel van de milieuprestatie. Een reductie van bijvoorbeeld 30% CO₂ betekent daarom niet automatisch 30% minder MKI.
De uiteindelijke MKI moet worden bepaald op basis van de volledige projectvariant en de gehanteerde systeemgrenzen.
Welke onderdelen bepalen de MKI van een spoorfundatie?
Bij een spoorfundatie ontstaat de milieu-impact over de volledige materiaal- en uitvoeringsketen.
Materiaalproductie binnen de MKI van een spoorfundatie
Nieuw zand, granulair materiaal, bindmiddelen en andere bouwstoffen moeten worden gewonnen of geproduceerd.
Hoeveel impact dit heeft, hangt onder andere af van het type materiaal en de benodigde hoeveelheid.
Grondverzet en verwerking van vrijkomende bodem
Wanneer bestaande bodem wordt vervangen, moet deze worden ontgraven, geladen, afgevoerd en vervolgens worden hergebruikt, verwerkt of gestort.
Ook deze stappen kunnen bijdragen aan de MKI van de funderingsmethode.
Transport van grond en funderingsmateriaal
Zowel vrijkomende grond als nieuw funderingsmateriaal moet worden vervoerd.
Hoe zwaar transport meeweegt, hangt onder andere af van volumes, transportafstanden en het gebruikte vervoermiddel.
Materieelinzet tijdens de uitvoering
Voor ontgraven, mengen, aanbrengen, profileren en verdichten is materieel en energie nodig.
De MKI van een fundering wordt daardoor niet bepaald door één bouwstof, maar door de combinatie van materialen en werkzaamheden die nodig zijn om de gewenste funderingsprestatie te realiseren.
Grondvervanging of grondverbetering: wat betekent dit voor de MKI?
Wanneer de bestaande spoorfundatie onvoldoende presteert, zijn er verschillende manieren om deze te verbeteren.
MKI bij traditionele grondvervanging
Bij traditionele grondvervanging wordt de bestaande bodem verwijderd en vervangen door nieuw funderingsmateriaal.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om:
- ontgraven van de bestaande bodem;
- laden en afvoeren van vrijkomende grond;
- verwerken, hergebruiken of storten van deze grond;
- produceren en aanvoeren van nieuw funderingsmateriaal;
- aanbrengen, profileren en verdichten van de nieuwe funderingslaag.
MKI bij grondverbetering met ProSoil
Bij ProSoil blijft de bestaande bodem zoveel mogelijk onderdeel van de funderingsconstructie.
De werkzaamheden bestaan dan hoofdzakelijk uit:
- produceren en aanvoeren van ProSoil;
- toevoegen en mengen met de bestaande bodem;
- profileren van de verbeterde laag;
- verdichten van de fundatie.
Ook ProSoil heeft milieu-impact door productie, transport en materieelinzet.
Het verschil is dat de aanwezige bodem niet volledig uit de constructie verdwijnt, maar opnieuw als bouwstof wordt benut.
Dat verandert de totale materiaal- en uitvoeringsketen die in de MKI-berekening wordt meegenomen.
Hoe vergelijk je de MKI van grondverbetering en grondvervanging?
Een betrouwbare MKI-vergelijking begint met twee technisch gelijkwaardige oplossingen die dezelfde functie moeten vervullen.
Vergelijk complete funderingsmethoden, geen losse materialen
Vergelijk daarom niet alleen ProSoil met zand of een ander funderingsmateriaal.
Neem voor beide varianten onder andere mee:
- productie van benodigde materialen;
- hoeveelheden aangevoerd materiaal;
- ontgraven en afvoeren van bestaande bodem;
- verwerking of hergebruik van vrijkomende grond;
- transportafstanden;
- inzet van materieel;
- energie- en brandstofgebruik;
- benodigde bewerkingen;
- eventuele aanvullende maatregelen.
Gebruik dezelfde functionele prestatie en systeemgrenzen
Alleen wanneer beide oplossingen dezelfde functionele prestatie leveren en binnen dezelfde systeemgrenzen worden beoordeeld, ontstaat een bruikbare MKI-vergelijking.
Anders vergelijk je oplossingen die technisch of methodisch niet gelijkwaardig zijn.
Waarom kan ProSoil bijdragen aan een lagere MKI?
Het belangrijkste verschil zit in de hoeveelheid materiaal die vervangen moet worden.
Bestaande bodem hergebruiken als onderdeel van de fundatie
Bij grondvervanging wordt bestaande bodem uit de spoorconstructie gehaald en vervangen door nieuw materiaal.
Met ProSoil wordt eerst onderzocht of die bestaande bodem technisch geschikt kan worden gemaakt voor hergebruik binnen de fundatie.
Als dat mogelijk is, kunnen verschillende onderdelen van de projectketen veranderen:
- minder nieuw funderingsmateriaal;
- minder af te voeren bodem;
- minder verwerking van vrijkomende grond;
- kleinere of andere transportstromen;
- een andere inzet van materieel.
MKI-reductie blijft projectspecifiek
Daartegenover staan de milieu-impact van ProSoil zelf en de werkzaamheden voor het mengen, profileren en verdichten.
Daarom is vooraf geen vast percentage voor MKI-reductie te geven. De werkelijke uitkomst hangt af van de projectspecifieke omstandigheden.
Welke projectgegevens hebben de meeste invloed op de MKI?
Het verschil tussen grondverbetering en grondvervanging wordt sterk bepaald door het project zelf.
Bodemvolume en hoeveelheid funderingsmateriaal
Hoe groter het volume dat anders moet worden ontgraven en vervangen, hoe groter de invloed van materiaalgebruik en verwerking kan worden.
Transportafstanden van grond en bouwstoffen
De afstand tot de leverancier van nieuw funderingsmateriaal en de bestemming van vrijkomende grond kunnen zwaar meewegen in de vergelijking.
Herkomst en beschikbaarheid van materialen
Een project met geschikt funderingsmateriaal uit de directe omgeving kan anders uitvallen dan een project waarbij materiaal over grote afstand moet worden aangevoerd.
Hoeveelheid ProSoil en benodigde materieelinzet
Ook de benodigde hoeveelheid ProSoil en de inzet van materieel voor mengen, profileren en verdichten zijn projectspecifiek.
Daarom moet iedere MKI-vergelijking worden gebaseerd op de werkelijke hoeveelheden, afstanden en uitvoeringsmethode van het betreffende spoorproject.
Hoe verlaag je de MKI al tijdens het ontwerp van een spoorproject?
De meeste mogelijkheden om de MKI te beïnvloeden ontstaan voordat de funderingsmethode definitief is gekozen.
Daarom is het verstandig om grondverbetering al tijdens de variantenstudie mee te nemen.
Welke vragen helpen om de MKI vroeg te optimaliseren?
- Kan de bestaande bodem technisch worden behouden?
- Hoeveel grond moet per variant worden afgevoerd?
- Hoeveel nieuw funderingsmateriaal is nodig?
- Waar komen de benodigde materialen vandaan?
- Waar gaat vrijkomende grond naartoe?
- Welke transportafstanden horen daarbij?
- Welke machines en werkzaamheden zijn per variant nodig?
Op dat moment kan de MKI nog daadwerkelijk invloed hebben op de ontwerpkeuze.
Hoe onderbouw je een lagere MKI van de spoorfundatie?
Een lagere MKI moet uiteindelijk uit een berekening blijken.
Daarvoor zijn betrouwbare projectspecifieke gegevens nodig.
Welke gegevens heb je nodig voor een MKI-berekening?
Verzamel minimaal:
- oppervlakte van het werkvak;
- laagdikte;
- te behandelen of te vervangen bodemvolume;
- hoeveelheden benodigde bouwstoffen;
- benodigde hoeveelheid ProSoil;
- herkomst van materialen;
- transportafstanden;
- bestemming van vrijkomende bodem;
- inzet van materieel;
- relevante milieudata van de toegepaste materialen.
Met deze gegevens kunnen technisch gelijkwaardige funderingsvarianten op dezelfde uitgangspunten worden doorgerekend.
MKI en DuboCalc bij spoorfundatie
Binnen GWW-projecten kunnen ontwerpvarianten met DuboCalc worden vergeleken.
Ook grondverbetering met ProSoil kan daarbij als volwaardige funderingsvariant naast grondvervanging worden gezet.
Wanneer is een DuboCalc-vergelijking betrouwbaar?
Voor een zuivere vergelijking moeten voor beide oplossingen:
- dezelfde systeemgrenzen gelden;
- dezelfde functionele prestatie worden gevraagd;
- dezelfde uitgangspunten worden toegepast;
- projectspecifieke hoeveelheden en transportafstanden worden gebruikt.
Pas dan geeft het verschil in MKI inzicht in de daadwerkelijke milieuprestatie van de funderingskeuze.
Een lagere MKI begint bij de keuze voor de funderingsmethode
Wie de MKI-score van een spoorproject wil verlagen, moet verder kijken dan alleen naar bouwstoffen met een gunstige milieuprestatie.
Kan de bestaande bodem worden behouden?
Bij een spoorfundatie begint de optimalisatie met een fundamentelere vraag:
Moet de bestaande bodem daadwerkelijk worden vervangen, of kan deze technisch geschikt worden gemaakt voor hergebruik?
Wanneer uit vooronderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor ProSoil, ontstaat een alternatieve funderingsvariant waarbij de bestaande bodem onderdeel blijft van de constructie.
Vervolgens moet de MKI-berekening aantonen welke oplossing binnen het betreffende spoorproject de laagste milieubelasting oplevert.
MKI van uw spoorproject verlagen?
Wilt u weten of grondverbetering binnen uw project een gunstiger MKI-profiel kan opleveren dan volledige grondvervanging?
Onze specialisten kunnen onderzoeken of de bestaande bodem geschikt is voor ProSoil en welke hoeveelheden en werkzaamheden voor deze variant nodig zijn.
Zo kunt u grondverbetering en grondvervanging al tijdens de ontwerpfase als complete funderingsoplossingen vergelijken.



