Grondverbetering spoorbaan Sauwerd en Baflo met ProSoil

Projectinformatie in het kort

Project
Verbetering van de bestaande spoorfundatie met ProSoil

De uitdaging: wisselende bodem en beperkte uitvoeringstijd

Bij de vernieuwing van de spoorbaan ten zuiden van station Sauwerd en bij de spoorwegovergang aan de Hoogeweg in Baflo stond één vraag centraal: kan de bestaande ondergrond met ProSoil worden verbeterd tot een spoorfundatie die aantoonbaar voldoet aan de eisen van ProRail?

Sterk wisselende bodem met zeer lage draagkracht

Uit het geotechnisch vooronderzoek bleek dat de uitgangssituatie sterk verschilde per locatie:

  • in de ondergrond werden leem, klei, zand en grind aangetroffen;
  • de draagkracht varieerde binnen het projectgebied;
  • de gemiddelde CBR-waarde bedroeg slechts 0,73%;
  • zonder grondverbetering was de bestaande bodem onvoldoende geschikt als fundatie onder het spoor.

Er kon daarom niet worden uitgegaan van één gelijkmatige bodemopbouw of een standaarddosering.

De spoorfundatie moest snel weer belastbaar zijn

De werkzaamheden vonden plaats tijdens buitendienststellingen. Na het verbeteren van de ondergrond moesten ballast, dwarsliggers en rails binnen korte tijd worden teruggebracht, zodat het treinverkeer kon worden hervat.
De fundatie werd daardoor al snel belast, terwijl de sterkteontwikkeling van ProSoil nog doorging.

Aanvangsstijfheid en eindsterkte moesten vooraf worden onderbouwd

Het vooronderzoek moest daarom uitwijzen welke dosering ProSoil voldoende aanvangsstijfheid gaf om de spoorconstructie snel terug te bouwen. Tegelijkertijd moest de fundatie zich verder kunnen ontwikkelen en uiteindelijk aantoonbaar voldoen aan de projecteisen voor draagkracht, verdichting en waterdoorlatendheid.

Vooraf onderzocht welke oplossing past bij deze specifieke bodem

Omdat de bodemopbouw binnen het project sterk verschilde, is vooraf uitgebreid laboratoriumonderzoek uitgevoerd.

Van representatieve bodemmonsters zijn onder andere de bodemopbouw, het watergehalte, de maximale Proctordichtheid en de CBR-waarden bepaald. Vervolgens zijn doseringen van 5%, 7% en 9% ProSoil onderzocht om vast te stellen welke dosering past bij de eigenschappen van de aanwezige grond.

Op basis van deze projectspecifieke resultaten is gekozen voor een dosering van 5% ProSoil.

Daarnaast adviseerde het vooronderzoek om tijdens de uitvoering het vochtgehalte van de bodem en de weersomstandigheden actief te monitoren. Temperatuur en vocht hebben namelijk invloed op de sterkteontwikkeling van een gestabiliseerde fundatie.

De eerste metingen waren bedoeld om de sterkteontwikkeling te volgen

Direct na uitvoering is de fundatie gecontroleerd met Light Weight Deflectometer-metingen.

Deze eerste metingen vormden bewust geen eindbeoordeling. Het bindmiddel had op dat moment nog onvoldoende tijd gehad om volledig uit te harden. Dat was tijdens het vooronderzoek al voorzien.

Eerste controle

OnderdeelResultaat
Aantal meetpunten11
Meetpunten die voldeden1
Meetpunten die nog niet voldeden11
Vereiste Evd waarde35 MN per m²

De meetresultaten pasten daarmee bij de verwachte fase van sterkteontwikkeling van de fundatie.

Controle na 65 dagen bevestigt de voorspelde sterkteontwikkeling

Na een uithardingsperiode van 65 dagen zijn alle meetpunten opnieuw gecontroleerd.

Door de verdere uitharding van ProSoil was de fundatiestijfheid duidelijk toegenomen. Alle elf meetpunten voldeden tijdens deze tweede controle aan de minimale Evd-eis van 35 MN/m².

Resultaten na uitharding

OnderdeelResultaat
Aantal meetpunten11
Meetpunten die voldeden11
Laagste Evd waarde39,1 MN/m²
Hoogste Evd waarde156,2 MN/m²

De vergelijking tussen beide meetrondes laat zien hoe de fundatie zich tijdens het uitharden verder ontwikkelde en uiteindelijk op alle meetpunten aan de gestelde Evd-eis voldeed.

Ook verdichting en waterdoorlatendheid voldeden aan de gestelde eisen

De spoorfundatie is na uitvoering op meer gecontroleerd dan alleen draagkracht. Ook de verdichtingsgraad en waterdoorlatendheid zijn onderzocht.

Alle meetlocaties voldeden aan de minimale eis van 98% Proctordichtheid. Ook de waterdoorlatendheid voldeed op alle onderzochte locaties aan de gestelde projecteisen.

Daarmee voldeden de onderzochte eigenschappen van de verbeterde spoorfundatie aan de vooraf vastgestelde eisen.

Resultaten grondverbetering spoorbaan Sauwerd en Baflo met ProSoil

Het project in Sauwerd en Baflo laat zien dat de aanwezige ondergrond met ProSoil kon worden verbeterd zonder deze volledig te vervangen.

De belangrijkste resultaten:

  • de bestaande spoorfundatie is succesvol verbeterd;
  • alle 11 LWD-meetpunten voldeden na 65 dagen aan de Evd-eis;
  • de gemeten Evd-waarden lagen tussen 39,1 en 156,2 MN/m²;
  • de verdichtingsgraad voldeed op alle onderzochte locaties aan de minimale eis van 98% Proctordichtheid;
  • de waterdoorlatendheid voldeed op alle onderzochte locaties aan de gestelde projecteisen.

Wilt u weten welke prestaties op uw spoorproject haalbaar zijn?

Iedere spoorlocatie heeft een eigen bodemopbouw. Daarom begint ieder project met ProSoil met een projectspecifiek vooronderzoek. Op basis van bodemonderzoek, laboratoriumproeven en praktijkervaring bepalen we vooraf welke oplossing past bij de aanwezige ondergrond en welke prestaties u na uitvoering mag verwachten.

Wilt u weten of ProSoil geschikt is voor uw spoorproject of welke resultaten op uw locatie haalbaar zijn? Neem contact met ons op. We bespreken graag uw project en de mogelijkheden voor een aantoonbaar sterke spoorfundatie met ProSoil.